Muziek BE@T

Bij BE@TFM draaien we vooral soul, funk & disco uit de jaren ’70, ’80 en ’90 met af en toe ook wat andere substijlen en het nieuwe urban en R&B werk. Behalve de welbekende “danceclassics” hoor je bij The BE@T ook regelmatig minder voor de hand liggende tracks en draaien we onze hand niet om voor het draaien van 12-inch versies. Op deze pagina worden de verschillende muziekstijlen toegelicht.


Soulmuziek komt voort uit rhythm & blues (R&B) en gospel, en is eind jaren ‘50 en begin jaren ‘60 populair onder de zwarte bevolking van Amerika. De meest invloedrijke en sprekende platenlabels van dit genre waren Stax (Memphis) en Motown (Detroit). Eind jaren ‘60 verschoof de belangstelling voor soul zich richting de blanke bevolking. Een belangrijke stroming binnen de soul muziek was de zogenaamde Philly sound die zijn oorsprong vond in Philadelphia.

Begin jaren ‘70 ontstaat uit soul de meer dansbare funk muziekstijl die zich kenmerkt door nadrukkelijk aanwezige complexe ritmes en zware baslijnen (“groove”) en scherpe ritmische gitaar- en blaaspartijen die het ritme nog eens benadrukken. Grondleggers voor de funk waren James Brown en zijn bandleden Maceo en Melvin Parker, maar ook Bootsy Collins, George Clinton en Earth Wind & Fire zetten funk op de kaart. Disco, ontleend aan het Franse woord discothèque ofwel nachtclub, ontstaat begin jaren ‘70 als een up-tempo dansmuziekstijl uit funk en soul en was in eerste instantie vooral populair bij de zwarte Amerikaanse bevolking en in de homo-scene. Disco was eerst niet zozeer een muziekstijl maar meer een manier van muziek draaien waarbij dansbare muziek van willekeurige muziekstijlen door elkaar gedraaid werd.

Dit ontwikkelde zich uiteindelijk in speciaal op de dansvloer gerichte muziek waarbij disco tot muziekstijl verheven werd, met als eerste discohits Gloria Gaynor's “Never Can Say Goodbye” en Barry White's “I'm Gonna Love You Just A Little More, Baby”. De film “Saturday Night Fever” uit 1977 met John Travolta als Tony Manero was de onmiskenbare doorbraak van disco bij het grote publiek, niet in de laatste plaats door de aanstekelijke deuntjes van de Bee Gees. Door deze film werd disco algemeen geaccepteerd door het grote publiek, maar gaandeweg ontstond ook weerstand tegen het fenomeen omdat vrijwel elke artiest en platenmaatschappij er zijn graantje van mee wilde pikken en de markt overvoerd werd.

Dit resulteert zo rond 1980 in het einde van de discorage. Remixer Tom Moulton was de grondlegger van de zogenaamde “disco-mix”, waarbij standaard 3 minuten liedjes verlengd werden tot 5 tot 7 minuten lang durende versies door middel van toevoeging van de zogenaamde “break”. Een “break” was een instrumentaal deel dat Moulton ergens uit de plaat haalde en doorgaans aan het midden van de plaat toevoegde.

Dezelfde Tom Moulton stond ook aan de wieg van de zogenaamde “12-inch” waarbij zo’n langere versie in plaats van op single op LP formaat werd geperst om deze in goede kwaliteit te kunnen afspelen. Na de discorage ontstaan in de jaren '80 diverse dansmuziekstijlen. Dit resulteert onder andere in de met name in Europa populaire high-energy, euro en italo, welke later weer worden opgevolgd door de house-muziekstijl. Ook ontstaat na de disco de meer algemene urban-stijl, die werd aangevoerd door artiesten als Prince en Michael Jackson.

Urban is eigenlijk een verzamelnaam voor alles dat enigszins te maken heeft met rap/hip-hop en hedendaagse R&B, maar de term urban wordt ook wel gebruikt om hedendaagse R&B en alle mogelijke combinaties en afgeleiden ervan aan te duiden. Rap of hip hop is een muziekstijl die uit twee componenten bestaat: rappen (ritmisch spreken over de muziek) en DJ-en (geluid mixen en “scratchen”). Rap ontstaat in de jaren ’70 in New York City in Amerika waar DJ’s als Grandmaster Flash de instrumentale breaks van funk and disco platen gebruikten als basis voor MC’s om overheen te rappen.

Eind jaren ‘70 werd hip hop dermate populair dat het langzaam aan geaccepteerd werd door het grote publiek. De eerste grote commerciële rapsuccessen waren de Fatback Band’s "King Tim III" en natuurlijk de internationale hit “Rapper’s Delight” van de Sugarhill Gang. Begin jaren ’80 deden “scratchen” en “samples” hun intrede en mede door Run-DMC's samenwerking met Aerosmith op “Walk This Way” werd rap (tegen die tijd vooral hip hop genoemd) een algemeen geaccepteerde muziekstijl. Hip Hop in combinatie met soul leidt eind jaren ‘80 tot het meer toegankelijke new jack swing (in Europa ook bekend als swingbeat). Teddy Riley wordt algemeen gezien als de uitvinder van deze stijl die hip hop ritmes, “samples” and productietechnieken combineert met het urban en hedendaagse R&B-geluid.

Na het discotijdperk kwam de traditionele soulmuziek, onder invloed van sub stijlen als electro en funk, in aangepaste vorm weer terug als het muziekgenre R&B die om van de originele rhythm & blues onderscheiden te kunnen worden ook wel “contemporary” ofwel hedendaagse R&B genoemd wordt. New jack swing vloeit in de jaren '90 over in de zogenaamde nu soul (of neo soul) en combineert R&B, oude soul en hip hop. Onmiskenbare pionier van de nu soul is Mary J. Blige.