E

maandag 21 april 2014 09.37 uur | laatst gewijzigd: dinsdag 19 januari 2016 10.16 uur | auteur: BETFM

Sheila E.
Sheila E. (echte naam Sheila Escovedo) werd geboren in Oakland, Californië in 1957 en is een Amerikaans percussioniste en zangeres. Haar vader Pete Escovedo was een beroemde jazz-percussionist. In 1983 begon de samenwerking met Prince en haar eerste solohit was “The Glamorous Life” in 1984 en was afkomstig van haar debuutalbum dat, net als de opvolger daarvan, mede geschreven en geproduceerd was door Prince. Andere hits waren “The Belle of St. Mark” (1984), “A Love Bizarre” (1985; een duet met Prince) en “Holly Rock” (1985; uit de film Krush Groove).  Daarnaast werkte Sheila E. ook mee aan nummers van Prince nummers als zangeres, op bijvoorbeeld “Erotic City” (1984). Van 1987 tot en met 1989 was ze drummer in de begeleidingsband van Prince. Na gezondheidsproblemen begin jaren ’90 is ze vanaf eind jaren ’90 weer actief met vooral latin jazz-muziek en brengt weer albums uit. In 2006 vormt Sheila E. een nieuwe band, genaamd C.O.E.D. (Chronicles Of Every Diva), die verder bestaat uit Rhonda Smith, Kat Dyson en Cassandra O'Neal.

Earth Wind & Fire
Maurice White richt in 1969 de groep Earth Wind & Fire op. Het debuutalbum “Earth, Wind & Fire” verschijnt in 1970 maar doet net als de opvolger "The Need Of Love" (1971) maar weinig. Na forse groepswijzigingen in 1972, waarbij onder andere zanger Philip Bailey aan de groep wordt toegevoegd. Diverse albums worden uitgebracht, maar het duurt tot "Open Our Eyes" (1974) om een hitsingle voort te brengen in de vorm van "Mighty Mighty". In 1975 komt "That's The Way Of The World" uit die de band langzaam aanzien begint te geven in de muziekwereld. Het levert de groep hun eerste Amerikaanse nummer 1 hit op met "Shining Star". Daarna verschijnt "Gratitude" (1975) met daarop de nummers "Sing A Song" en "Can't Hide Love". Het album "Spirit" (1976) levert de nummer 1 hit "Getaway" op en ondertussen begint Maurice White ook andere artiesten te produceren waaronder Ramsey Lewis, The Emotions en Deniece Williams. In 1977 volgt het album "All N' All" met daarop de classic "Fantasy" en ook werken ze mee aan de soundtrack van de film Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, welke ze de hit "Got To Get You Into My Life" oplevert. Een jaar later volgt "The Best Of Earth Wind & Fire, Vol. 1" en de hit "September". In 1979 speelt Earth Wind & Fire in op de discorage met "I Am" waarop de megahit "Boogie Wonderland", een samenwerking met The Emotions, en "After The Love Has Gone" staan. Daarna brengt de band het album "Faces" uit met de hits "Let Me Talk" en "And Love Goes On" en het album "Raise" (1981) brengt de hit "Let's Groove" voort. "Powerlight" (1983) werd om financiële redenen zonder de blazerssectie the Phoenix Horns opgenomen en ook op het daarop volgende "Electric Universe" ontbrak de karakteristieke blazerssectie. Ondertussen gaat Philip Bailey solo en heeft een grote hit met "Easy Lover", een duet met Phil Collins, maar keert terug bij de groep voor het album "Touch The World" (1987). "Heritage" uit 1990 doet weinig voor de band en hetzelfde geldt voor "Millennium" (1993) en "In The Name Of Love" (1997). Hun laatste album tot op heden, “Illumination” (2005), levert ze weliswaar een Grammy-nominatie op maar geen hits.

Gloria Estefan & Miami Sound Machine
Gloria Estefan is de artiestennaam voor de in Cuba geboren Gloria María Milagrosa Fajardo García. In 1977 trouwde ze met Emilio Estefan Jr. en werd leadzangeres van de Miami Sound Machine. Tegelijkertijd maakte ze een volledige Spaanstalig album. Van het tweede Miami Sound Machine-album "Eyes Of Innocence" (1984) betekende het nummer "Dr. Beat" de doorbraak in Europa. "Conga" (1985) werd hun tweede grote hit en daarna volgedne "Bad Boys" en "Words Get In The Way" (beiden 1986). In 1988 verscheen het album "Anything For You" waarbij inmiddels niet meer gesproken werd van de Miami Sound Machine, maar van Gloria Estefan & Miami Sound Machine. Hits van dat album waren "Rhythm Is Gonna Get You", "Can't Stay Away From You" en "1-2-3". Vanaf 1989 bracht Gloria alleen nog maar platen onder haar eigen naam uit en was de Miami Sound Machine de achtergrondband. Hits die volgden waren onder andere "Don't Wanna Lose You", "Get On Your Feet", "Here We Are" en "Oye Mi Canto". In 1990 raakte Gloria zwaargewond als gevolg van een ernstig busongeluk, waardoor Gloria haar rug brak en ernstige schade opliep aan haar ruggengraat. In 1991 maakte zij een comeback met het album " Into The Light" waarvan de single " Coming Out Of The Dark" de grootste hit werd. Daarna volgden diverse Engelstalige en Spaanstalige platen, maar die konden eerder successen niet evenaren.In 1999 verscheen Gloria als actrice in de film " Music Of The Heart" waarvoor ze samen met 'N Sync de titletrack inzong. In 2007 kwam het album "90 Millas" uit en was de eerste Spaanstalig plaat die in Nederland op nummer 1 in de albumlijst binnenkwam.

Sheena Easton
Sheena Easton werd geboren in Schotland en kreeg bekendheid door het Engelse TV programma The Big Time, waarin zij als opkomend artieste gevolgd werd. In 1980 leidde dat tot haar eerste single "Modern Girl". Datzelfde jaar scoorde zij een enorme hit met "9 To 5", die in Amerika tot "Morning Train (Nine To Five)" werd omgedoopt om verwarring met Dolly Parton’s film en single "9 To 5" te voorkomen. Een jaar later scoorde ze opnieuw een hit met het thema voor de James Bond-film “For Your Eyes Only”. De laatste hits in Nederland uit haar poptijd waren “You Could Have Been With Me” en “A Little Tenderness” en haar duet met Kenny Rogers getiteld “We’ve Got Tonight” (1983). Daarna ging ze samenwerken met Prince hetgeen de bescheiden clubhit “Sugar Walls” opleverde en later nog “You Got The Look” en “The Arms Of Orion” (1987), twee duetten samen met Prince. Datzelfde jaar was Sheena Easton te zien in de TV-serie Miami Vice waarin het door L.A. & Babyface geproduceerde nummer "Follow My Rainbow", later gevolgd door “The Lover In Me” (beiden 1988). In 1991 volgt dan haar laatste wapenfeit met “What Comes Naturally” waarmee ze een behoorlijke swingbeatkraker afleverde. Latere singles als "Giving Up, Giving In", de oude Three Degrees hit, en een cover van Yvonne Elliman’s “Love Pains” doen echter niet zoveel meer. Tegenwoording is ze TV-presentatrice in Amerika en doet af en toe nog optredens.

El Coco
Zie ook Rinder & Lewis, El Coco, Saint Tropez, Le Pamplemousse.

Yvonne Elliman
Yvonne Elliman werd geboren in 1951 in Honolulu, Hawaii. Na haar middelbare school verhuist ze in 1969 naar Londen om daar de muziek in te gaan en wordt ontdekt door Andrew Lloyd Webber en Tim Rice. Het duo biedt haar een rol aan in hun nieuw rockopera Jesus Christ Superstar, wat haar direct succes oplevert en waarvoor ze een Golden Globe Award krijgt. De musical levert haar ook hitparadesucces op met het nummer "I Don't Know How To Love Him" (1972) van haar gelijknamige debuutalbum. Met Pete Townshend van The Who maakt Elliman haar tweede album "Food Of Love" (1973). In 1974 verhuist Yvonne naar New York voor de Broadway-versie van Jesus Christ Superstar. Later dat jaar doet Yvonne Elliman achtergrondvocalen op Eric Clapton’s "I Shot The Sheriff" en gaat ze ook met hem toeren. In 1975 brengt de zangeres het album "Rising Sun" uit, zonder veel resultaat. Haar volgende album "Love Me" doet het aanmerkelijk beter en levert haar behoorlijke hits op met de titeltrack en een cover van "Hello Stranger" van Barbara Lewis. Als The Bee Gees aan het werk gaan met de soundtrack voor de film Saturday Night Fever, schrijven zij "How Deep Is Your Love" voor haar, maar moeten dit nummer van producer Robert Stigwood zelf opnemen. In plaats daarvan krijgt zij het disconummer "If I Can't Have You" toebedeelt die Yvonne haar enige Amerikaanse nummer 1 hit oplevert. Het daarbij behorende album "Night Flight" doet echter maar weinig voor de zangeres. Ook een daarop volgend album doet maar weinig. In 1982 keert het tij echter weer voor Yvonne Elliman als ze een enorme hit scoort met "Love Pains" die vooral ook aanslaat vanwege de speciale lange discomix die ervan wordt gemaakt. Verkoopcijfers van het bijbehorende laatste Elliman album moeten het echter zwaar afleggen tegen de resultaten van de single en 12 inch.

Emotions
The Emotions bestonden uit de zuster Sheila, Wanda en Jeanette Hutchinson en werden in 1968 opgericht in Chicago. In eerste instantie hielden ze zich bezig met gospelmuziek maar schakelen over op R&B als ze op aanraden van Pervis Staples van The Staple Singers een contract sluiten met het Stax Records label. The Emotions brengen hun eerste single “So I Can Love You” uit in 1969 en toeren daarna onder andere met The Staples Singers, The Jackson 5, Sly & The Family Stone, The O'Jays en Stevie Wonder. In 1976 gaan The Emotions samenwerken met Maurice White van Earth, Wind & Fire en leveren in 1976 het album “Flowers” af. Een jaar later verschijnt het nummer “Best Of My Love” die ze hun internationale doorbraak bezorgt en nummer 1 wordt in Amerika. Het nummer is ook terug te vinden op het album “Rejoice” (1977). Twee jaar later werken ze samen met Earth, Wind & Fire en hebben met hun opnieuw een enorme internationale hit met “Boogie Wonderland”. Ze brengen daarna nog diverse albums uit, zonder het eerdere succes daarmee zelfs maar te benaderen.

En Vogue
En Vogue is een Amerikaanse meidengroep bestaande uit vier dames die werd gevormd door producers Denzil Foster en Thomas McElroy, die bekend werden met de groep Club Nouveau. In 1990 verscheen het eerste album “Born To Sing” met daarop de hitsingles “Hold On”. In 1991 werd En Vogue vijf keer genomineerd op de Soul Train Music Awards en werden genomineerd voor een Grammy Award voor Beste R&B-performance met duo of groep. Een jaar later volgt een remix-album en in 1992 “Funky Divas”, met de hits “My Lovin' (You're Never Gonna Get It)”, “Giving Him Something He Can Feel” en “Free Your Mind”. Ook verschijnt de groep in televiesieprogramma's zoals In Living Color en Saturday Night Live en zijn te zien in de film Batman Forever. In 1993 verschjint de EP “Runaway Love” met daarop de hit “Whatta Man”, samen met Salt-N-Pepa. Daarna wordt het even rustig rond de groep, todat ze in 1996 hun grootste hit “Don't Let Go (Love)” uitbrengen. Daarna volgen nog twee redelije succesvolle sinlges, te weten “Whatever” en “Don't Let Go (Love)”, maar latere inspanning blijven zonder veel succes. In 2005 zijn de dames als laatste wapenfeit te horen op Stevie Wonder’s single "So What The Fuss".

Eruption & Precious Wilson
Eruption werd in 1974 opgericht in Engeland met in de gelederen onder andere Precious zangeres Wilson. Ze brengen in 1976 hun eerste single "Let Me Take Your Back In Time" uit. Een jaar later gaat de band aan het werk met Frank Farian, producer van Boney M, die Precious Wilson's mooie stemgeluid ontdekt die in 1978 de cover "I Can't Stand The Rain" inzingt. Het wordt een internationale hit, net als "One Way Ticket" (1979). Datzelfde jaar verlaat Precious Wilson de groep voor een solocarrière waarbij ze enkele redelijk succesvolle singles uitbrengt, waaronder “Hold On I’m Coming” and “Cry To Me”.

Exposé
Exposé was een Amerikaanse meidengroep.die in 1984 werd opgericht onder de naam X-Posed. Hun eerste 12 inch single "Point of No Return" (1985) wordt meteen een behoorlijke clubhit in het Freestyle-genre. Daarna volgt "Exposed To Love" en ondergaat de groep wat bezettingswisselingen. Eind 1986 brengt Exposé haar debuutalbum “Exposure” uit en die levert de groep de hit "Come Go With Me" op en ook verschijnt dan een nieuwe versie van "Point Of No Return". Ook verzorgen de dames in 1987 achtergrondvocalen op Kashif's album "Love Changes”. In Amerika heeft de groep haar grootste hit in 1988 met de nummer 1 hit "Seasons Change". Het tweede album “What You Don't Know” (1989) doet het ook weer goed en levert de internationale hitsingles "What You Don't Know" en "When I Looked At Him" op. Na weer wat groepswisselingen brengen ze nog wat singles uit, waaronder een nieuwe versie van Sharon Brown’s "I Specialize in Love" (1995), maar dat levert geen groot succes meer op voor de groep.