H

maandag 21 april 2014 09.36 uur | laatst gewijzigd: dinsdag 19 januari 2016 10.15 uur | auteur: BETFM

Daryl Hall & John Oates
Daryl Hall en John Oates kwamen elkaar in 1967 tegen in een lift waar ze beiden naartoe gevlucht waren tijdens een vechtpartij. Het duurde daarna twee jaar voordat ze gaan samenwerken en nog drie jaar voordat hun debuut album "Whole Oates" (1972) uitkwam. Nog voor hun samenwerking, in 1966, neemt Daryl een single op met Kenny Gamble And The Romeos; waar ook Kenny Gamble, Leon Huff en Thom Bell deel uitmaken, die de grondleggers van de Philly soul zouden worden. Hall deed ondertussen achtergrond- en invalwerk voor onder andere The Stylistics, The Delfonics en The Intruders. In 1969 ontdekt Tommy Mottola (latere manager van Dr. Buzzard's Original Savannah Band, ontdekker van Mariah Carey en baas van Sony Records) het duo en wordt hun manager. De opvolger van hun debuutalbum “Whole Oates” heet "Abandoned Luncheonette" en met name het nummer "She's Gone" van dat album bezorgt ze hun blue-eyed soul reputatie. In 1975 verschijnt "Daryl Hall & John Oates" met de hit hit "Sara Smile", waardoor “She’s Gone” ook alsnog een grote hit wordt. Daarna volgt het album "Bigger Than Both Of Us" (1976) met de hit "Rich Girl". Opvolgende inspanningen doen het minder goed tot ze in 1979 "X-Static" uitbrengen met de hit "Running From Paradise" die een keerpunt betekent voor het duo, vooral ook omdat die plaat een combinatie van disco en rock bevat die de jaren daarop hun geluid zou bepalen. 1980 brengt het platina album "Voices" met de megahit "Kiss On My List" en een jaar later volgt "Private Eyes" (1981) met alweer een tophit, getiteld "I Can't Go For That (No Can Do)", waarvan je de 12 inch remix ook op BeatFM terughoort. Daarna brengt Daryl Hall zonder veel success een solo-album uit, maar het nieuwe Hall & Oates album "H20" (1982) doet het daarintegen wel weer goed met hun grootste hit "Maneater". Daarna volgt "Rock 'N' Soul Part One" (1983) met de hits "Say It Isn't So" en "Adult Education". Ook heeft Daryl datzelfde jaar succes met de productie van de hit "Swept Away" voor Diana Ross. Een jaar later is "Out Of Touch" nog een laatste grote ‘eigen’ hit voor het duo Hall & Oates, niet in de laatste plaats door de remix van Arthur Baker en de Disconet-versie van het nummer en in 1985 hebben de heren ook nog een hit met David Ruffin en Eddie Kendrick met een medley hits van Temptations getiteld "The Apollo Medley". Tot op de dag van vandaag maken Hall & Oates nog muziek, zowel samen als solo, echter zonder het eerdere commerciële succes te evenaren.

Herbie Hancock
Herbert Jeffrey Hancock werd in 1940 geboren in Chicago, Illinois. Hij wordt gezien als één van de meest toonaangevende pianisten en componisten van de jazzmuziek, waarbij hij gebruik maakte van rock, funk en soul elementen. Hancock genoot een opleiding in klassieke muziek en werd al tijdens zijn studie in 1962 als pianist ingehuurd door Donald Byrd. Hij nam datzelfde jaar zijn eerste solo-album “Takin' Off” op die hem tevens zijn eerste hitsingle “Mongo Santamaria” opleverde. Die plaat bracht hem onder de aandacht van Miles Davis tot wiens kwartet hij toetrad. Hij werkte met diverse jazzgrootheden en bracht gedurende de jaren ’60 een aantal jazzalbums uit. Begin jaren ’70 ontwikkelt Hancock zich richting de dan in opkomst zijnde funk. Hij richt de band The Headhunters op en rekruteert daarvoor onder andere bassist Paul Jackson, percussionist Bill Summers en drummer Harvey Mason. Met die groep brengt hij twee met name in Japan succesvolle albums uit. Tegen het einde van de jaren ’70 maakt Hancock disco en popmuziek met jazzinvloeden. Hij scoort een behoorlijke hit in Engeland met "I Thought It Was You" (1978) en "You Bet Your Love" (1979). In 1981 brengt Herbie het redelijke succesvolle disconummer "Magic Number" uit met vocale medewerking van Sylvester en twee jaar daarna scoort Hancock zijn grootste hit met de instrumentale single "Rockit" van het album “Future Shock” (1983). Op die plaat speelt synthesizer muziek een grote rol en het is tevens één van de eerste platen waarop gescratched wordt. Ook krijgt hij er een Grammy Award voor. Hancock blijft na het enorme succes van “Rockit" muziek maken, echter zonder veel commercieel succes. Noemenswaardig is nog wel Hancock’s medewerking aan het album “A Tribute To Miles” in 1994 die hem weer een Grammy oplevert.

Paul Hardcastle & 1st Light
Toen Paul Hardcastle zijn videocamera inruilde voor een synthesizer werd de artiest Paul Hardcastle geboren. Binnen drie maanden trad hij toe tot een band en maakte in 1981 zijn eerste plaatopname: “Don't Depend On Me” met de groep Direct Drive. Hardcastle gaat daarna met Derek Green een ander lid van de groep Direct Drive, samenwerken onder de naam !st Light, die vooral bekend wordt door de clubhit “Explain The Reason” (1983). Al snel daarna richt Paul zijn eigen platenlabel Total Control op. Zijn eerste soloplaten waren “Eat Your Heart Out” en “Guilty” (beiden 1984), maar het duurt tot “Rainforest” (1985) voordat hij hitparadesucces begint te krijgen in zijn geboorteland Engeland. In 1985 brengt hij de wereldwijde hitsingle “19” uit, waarin hij fragmenten uit een documentaire over de oorlog in Vietnam verwerkt. In datzelfde jaar brengt hij zijn album “Paul Hardcastle” uit met daarop ook nog “Just For Money” die handelt over de grote treinroof.. 1986 brengt “Don't Waste My Time” waarop zangeres Carol Kenyon de vocalen verzorgt en daarna neemt hij het thema op voor het Engelse TV programma Top Of The Pops (“The Wizard”) dat hem ook weer een hit oplevert. Tussen 1988 en 1990 is Hardcastle vooral actief als remixer en producer. Zijn laatste project was The Jazzmasters waarmee hij ook regelmatig platen uitbracht.

Dan Hartman
Dan Hartman werd geboren in 1950 in Harrisburg, Pennsylvania. Hij begon op 13-jarige leeftijd bij zijn eerste bandje te spelen als toetsenist en schrijver maar de uitgebrachte platen deden niet zoveel. Daarna gaat hij spelen bij the Edgar Winter Group, waarmee hij drie albums opneemt voordat hij in 1976 aan een solocarrière begint. In 1978 breekt Hartman door met de Amerikaanse nummer 1 hit "Instant Replay", die tot op de dag van vandaag als danceclassic te boek staat, net als overigens zijn hit "Relight My Fire" (1979) met daarop als gastzangeres Loleatta Holloway. Tussendoor brengt hij de clubhit “Hands Down” (1979) nog uit. In 1984 maakt hij na een periode van stilte zijn comeback met de single "I Can Dream About You" van de filmsoundtrack voor de film Streets Of Fire. Daarna volgt de nummer 1 hit "We Are The Young" en produceert hij vooral voor andere artiesten, waaronder Tina Turner, Joe Cocker, Bonnie Tyler, Paul Young, James Brown, Nona Hendryx, Steve Winwood en onze eigen Time Bandits. Dan Hartman overlijdt in 1994 aan AIDS.

Isaac Hayes
Isaac Hayes werd geboren in 1942 in Covington, Tennessee. Hayes begon met zingen in het kerkkoor toen hij vijf jaar oud was. De eerste plaat waarop hij te horen was verscheen in 1963. Op Floyd Newman’s "Frog Stomp", die hij mede schreef, speelt hij piano. Hij schreef ook voor andere artiesten, waaronder Sam & Dave (onder andere de hits "Hold On I'm Comin'" en "Soul Man"), Otis Redding, Booker T & the MG's, The Bar-Kays en Rufus & Carla Thomas. In 1969 brengt hij het album "Hot Buttered Soul" uit met daarop de single met dubbele a-kant "Walk On By"/"By The Time I Get To Phoenix" die hem een nummer 1 hit oplevert. Hij brengt daarna verschillende albums uit met wisselend succes om in 1971 mee te werken aan de "Shaft" filmsoundtrack. Hij neemt de gelijknamige titelsong op die hem een wereldwijde nummer 1 hit oplevert en daarnaast Grammy Awards, een Golden Globe Award en een Edison Award. Daarna doet hij het thema voor de TV serie "The Men" (1972) die ook weer een hit wordt. Beide platen werden overigens regelmatig als achtergrondmuziek gebruikt door Ferry Maat in zijn befaamde radioprogramma de Soul Show. Meer succesvolle filmmuziekopdrachten volgen en ook krijgt hij rollen in die films. In 1974 maakt hij zijn TV debuut in de serie "The Rockford Files" en ook blijft hij doorgaan met het maken van met name in Amerika behoorlijk succesvolle albums. Hij werkt eind jaren ’70, begin jaren ’80 met diverse grote artiesten zoals Dionne Warwick, Millie Jackson en Linda Clifford en doet veel gastoptredens in TV series zoals The A-Team (1985), Hunter (1986) en Miami Vice (1987). Later in zijn carrière verzorgde hij de stem van Chef in de tekenfilmserie Southpark. Isaac Hayes overleed in 2008.

Leon Haywood
Leon Haywood werd in 1942 geboren in Houston, Texas. Hij maakte zijn entree in de muziekwereld in de jaren ’60 als lid van de groep Big Jay McNeely’s Band. Haywood heeft zijn eerste hitparadesucces in 1965 met de single "She's With Her Other Love". Daarna maakt hij deel uit van diverse studiogroepen voordat hij in 1967 zijn eerste grote solohit scoort met "It's Got To Be Mellow". Hij heeft beperkt succes tot hij in 1974 aanhaakt bij de discorage. Zijn eerste discoplaat "I Wanta Do Something Freaky To You" wordt meteen een behoorlijke clubhit, maar het duurt tot 1980 voordat hij zijn volgende grote hit heeft met "Don't Push It, Don't Force It". Ook de opvolger daarvan, "If You're Looking For A Night Of Fun" van het album "Naturally", doet het goed. In 1983 brengt hij nog het album "It's Me Again" uit met daarop de clubhit “I’m Out To Catch” maar daarna wordt het stil rond de zanger.

Heatwave
De gebroeders Keith and Johnny Wilder groeiden op in Dayton, Ohio. Johnny speelde in verscheidene plaatselijke bands en kwam tijdens zijn diensttijd terecht in een Duitse rock band. Na zijn ontslag uit het leger in 1972 overtuigt hij zijn broer Keith ervan dat er in Duitsland toekomst voor ze is en in 1975 vertrekken ze. Samen met de Engelse Rod Temperton en nog een aantal muzikanten komen ze uiteindelijk terecht in Engeland waar ze de band Heatwave beginnen. In 1976 leidt dat tot "Too Hot To Handle" die meteen een hit wordt bij zowel R&B als poppubliek. Hun eerste single "Boogie Nights" wordt in 1977 een enorme hit en is nog steeds een danceclassic. Daarna volgt het album "Central Heating" (1978) met het funky "The Groove Line" en de ballad "Mind Blowing Decisions". Het album "Hot Property" (1979) doet het minder goed en in datzelfde jaar raakt Johnny Wilder betrokken bij een auto-ongeluk waardoor hij grotendeels verlamd raakt. Hij blijft echter de vocalen van de groep voor zijn rekening nemen in de studio, maar wordt bij optredens vervangen door J.D. Nicholas. De groep maakt nog twee albums, zonder veel succes, om in 1984 opgeheven te worden als zanger J.D. Nicholas vertrekt naar The Commodores. In 1997 komt de band in een ietwat gewijzigde samenstelling weer bij elkaar, hetgeen het live album "Heatwave Live At The Greek Theatre Hollywood" oplevert en de groep is daarna nog regelmatig te zien tijdens oldies festivals.

Heaven 17
Ian Craig Marsh en Martyn Ware, origineel lid van The Human League, richtten begin jaren ’80 de groep Heaven 17 op. Hun debuutsingle was "(We Don't Need This) Fascist Groove Thang", maar dat werd geen grote hit, mede veroorzaakt door de politiek linkse boodschap van het nummer. Het debuutalbum “Penthouse And Pavement” deed het echter redelijk goed in met name Engeland. In 1982 verscheen de single "Let Me Go" zonder veel succes, maar de opvolger daarvan, "Temptation" (1983) waarop zangeres Carol Kenyon meezong, bezorgde Heaven 17 hun eerste hit. Het nummer was terug te vinden op het album “The Luxury Gap” waarop verder ook nog de Engelse hits "Come Live With Me" en "Crushed By The Wheels Of Industry" terug te vinden waren. In 1983 hielp de band Tina Turner met haar comeback en verzorgden de achtergrondvocalen op "Let's Stay Together". In 1984 verscheen van Heaven 17 het album “How Men Are”, waaraan de blazers van Earth, Wind & Fire meewerkten. Bescheiden hits van die plaat waren "Sunset Now", "This Is Mine" en "...(And That's No Lie)" )1985). De groep werkte ondertussen ook mee aan de Band Aid single “Do They Know It’s Christmas”. Daarna werd het behoorlijk stil rond de groep, totdat in 1992 een remix ervoor zorgde dat "Temptation" opnieuw een  hit werd.

Nona Hendryx
Wynona Hendryx werd geboren in 1944 in Trenton, New Jersey. De kerk speelde een grote rol in haar leven en dat is ook de plaats waar ze Sarah Dash ontmoette. Samen richtten ze begin jaren ’60 hun eigen groep The Del Capris op, die na het toetreden van Patricia Holte en Cindy Birdsong overging in The Ordettes en weer later in de Bluebelles. Na wat bescheiden hits wordt Patricia Patti en scoren ze hits als Patti LaBelle & The Bluebelles. Als Cindy de groep verlaat om bij de The Supremes te gaan zingen blijft het trio LaBelle over, die onder andere de hits "Lady Marmalade" (1975) en "Messin' With My Mind" (1976) scoren. In 1977 stopt de groep en gaan de dames allen solo verder. Nona Hendryx brengt in 1977 haar solodebuutalbum "Nona" uit waarop de Amerikaanse hitsingle "Everybody Wants To Be Somebody" staat, maar die doet niet zo veel. In tegenstelling tot Patti en Sarah die meteen solosuccess hebben, blijft Nona op de achtergrond en doet achtergrondwerk voor onder andere de Talking Heads, Cameo en Garland Jeffreys. In 1981 neemt ze met de groep Material "Busting Out" op die een grote clubhit wordt, net als de opvolger "It's A Holiday". In 1983 maakt ze het album "Nona Hendryx" met daarop de hit "Keep It Confidential" en 1984 brengt "The Art Of Defense" (1984) en de hit "I Sweat (Going Through The Motions)". Weer een jaar later neemt ze met Bernard Edwards en Arthur Baker het album "The Heat" op maar die flopt. In 1987 volgt het album "Female Trouble", waaraan ze met Dan Hartman en Terry Lewis & Jimmy Jam werkt, en de clubhit "Why Should I Cry (Baby For You)?". Latere inspanningen leveren echter niet zoveel meer op, ook een reunie met Patti en Sarah in 1995 niet, die nog wel de single "Turn It Out" oplevert.

Patrick Hernandez
Patrick Hernandez werd in 1949 geboren in Frankrijk. In 1978, tijdens de hoogtijdagen van de disco, komt hij in contact met producer Jean Vanloo en neemt daarmee datzelfde jaar de wereldwijde discohit "Born To Be Alive" op. Het succes van de plaat verspreidde zich al snel over Europa en een jaar later verovert de plaat ook Amerika. Tegen het einde van 1979 heeft het nummer 52 gouden en platina platen in meer dan 50 verschillende landen opgeleverd. Tijdens zijn Amerikaanse toer komt hij de dan nog onbekende Madonna tegen die datzelfde jaar kortstondig met hem als danseres gaat toeren. De opvolger van "Born To Be Alive" is het nummer "Disco Queen", maar die doet het niet zo goed als zijn voorganger. Het bijbehorende album doet het echter wel goed en levert Patrick nog een Billboard Award op in 1980. In 1981 brengt Hernandez de single "Goodbye" maar na de teloorgang van de disco begin jaren ’80 doet de plaat maar weinig en wordt niet eens uitgebracht in Amerika. Een remix van "Born To Be Alive" geeft het nummer in 1987 nog een tweede leven, maar wat betreft internationaal succes wordt het daarna stil rondom Patrick Hernandez. Van "Born To Be Alive" werden meer dan 800,000 exemplaren verkocht en de plaat leverde wereldwijd 25 miljoen dollar op.

Howard Hewitt
Zie ook Shalamar & Jody Watley & Howard Hewitt.

Hi-Five
Hi-Five was een Amerikaanse R&B-groep die muziek maakten in de New Jack Swing stijl en in 1990 hun debuutalbum uitbrachten. Op dit door Teddy Riley geproduceerde album stonden onder ander de hitsingles "I Just Can't Handle It" en "I Like the Way (The Kissing Game)" De opvolger van dat album was “Keep It Goin' On” (1992) met de hit "She's Playing Hard To Get". Na het laatste album “Faithful” (1993) werd de groep opgeheven.

Hi-Gloss
Kae Williams gaat in 1981 als sessiemuzikant samenwerken met Timmy Allen (ook bekend van Change) en werkt met sessiemuzikanten als Luther Vandross en Jocelyn Brown aan het éénmalige project Hi-Gloss. Het gelijknamige album levert diverse aanstekelijke clubhits op en een behoorlijke hitparade notering voor het nummer “You'll Never Know”. Daarna werkt Kae Williams nog met The BB&Q Band, Mason, Phyllis Hyman, George Howard en Curtis Hairston.

Hi Inergy
In 1976 wordt het damesgroepje High Energy opgericht en krijgt in 1977 een contract bij Motown Records-baas Berry Gordy’s Gordy label. De naam van de groep wordt een klein beetje gewijzigd, in High Inergy, en ze worden voorgesteld als ‘de nieuwe Supremes’, maar hebben eigenlijk alleen in Amerika redelijk succes met “You Can't Turn Me Off (In The Middle Of Turning Me On)” (1977). In 1982 brengt de groep de soulsingle “Right Man, Wrong Touch” met de aardige b-kant “First Impressions” uit, die je regelmatig terughoort op The Beat, maar gaat in 1984 uit elkaar.

High Fashion
High Fashion was een project van producer Jacques Fred Petrus, die ook verantwoordelijk was voor successen van de BB&Q Band, Change, Zinc, The Ritchie Family en de Peter Jacques Band. De band bestond uit Erick McClinton, Alyson Williams en Meli'sa Morgan. Meli'sa had eerder al meegewerkt aan albums van Kleeer en een album van The Shades Of Love. Na het eerste High Fashion album “Feelin' Lucky” (1982) met de hit “Feelin' Lucky Lately”, verlaat Meli'sa de band voor een solocarrière. Marcella Allen vervangt haar voor het tweede album "Make Up Your Mind", dat aanmerkelijk minder doet.

Jennifer Holliday
Jennifer-Yvette Holliday werd in 1960 geboren in Texas en begon haar carrière eind jaren ’70 op Broadway in musicals. Voor het nummer "And I Am Telling You I'm Not Going" uit die musical kreeg ze onder andere een Grammy Award. Daarna kreeg ze een platencontract en nam in 1983 het album “Feel My Soul” met Maurice White van Earth, Wind & Fire op met daarop de Amerikaans clubhits "I Am Love" en "Just Let Me Wait" (beiden 1983). Ook scoorde ze daarna nog een behoorlijke internationale clubhit met het nummer "No Frills Love" (1985). Naast een muziekcarrière was ze ook met regelmaat op televisie te zien. Zo was ze onder andere te zien in de TV serie Ally McBeal.

Loleatta Holloway
De in 1946 in Chicago geboren Loleatta Holloway begint met zingen in gospelgroepen, waardoor ze optreedt met artiesten als Mahalia Jackson en Aretha Franklin. In 1971 speelt ze een rol in een plaatselijke TV serie en twee jaar later scoort ze haar eerste bescheiden hit met de dubbele a-kant "Our Love"/"Mother Of Shame" die ook terug te vinden is op haar debuutalbum "Loleatta" (1973). De titeltrack van haar tweede album bezorgt Holloway haar grootste solohit: "Cry To Me" bereikt in 1975 de top 10 van de Amerikaanse R&B hitlijst. In 1976 belandt Loleatta Holloway bij Salsoul sublabel Gold Mind Records. Daar brengt ze de single "Worn Out Broken Heart" uit met op de b-kant "Dreamin'" en het bijbehorende album "Loleatta" (1977). Daarnaast staan op deze plaat de discoclassics "Hit And Run" en "Run Away", welke laatste uitgebracht werd als The Salsoul Orchestra featuring Loleatta Holloway. Haar volgende album "Queen Of The Night" (1978) komt uit op het Salsoul label. Op dat album staat ook de ballad "Only You", een duet met Bunny Sigler. Het album "Loleatta Holloway" volgt in 1979 met daarop de bescheiden hits "All About The Papers," "That's What You Said", "There Must Be A Reason" en de clubhit "The Greatest Performance of My Life". In datzelfde jaar doet Holloway de vocalen op Dan Hartman’s megahit "Relight My Fire". Als tegenprestatie produceert Hartman de clubhit "Love Sensation" voor Loleatta, waarvan later onder andere door Black Box (“Ride On Time”) en Marky Mark ("Good Vibrations") gretig gebruik gemaakt werd. In 1980 brengt de zangeres het bijbehorende album uit met dezelfde titel en twee jaar later werkt Holloway weer samen met The Salsoul Orchestra voor het nummer "Seconds". In 1983 wordt er een remix van "Love Sensation" uitgebracht, waardoor het nummer opnieuw een hit wordt, en een jaar later scoort ze een clubhit met de single "Crash Goes Love", waarvan het intro lange tijd gebruikt werd als tune voor het TV muziekprogramma Countdown. Gedurende de jaren ’80 en ’90 blijft Holloway platen maken voor diverse labels en met diverse andere artiesten, waaronder het nummer "Gotta Be Number One (Hit And Run '88)" en "Set Me Free" (1991) als Triangle featuring Loleatta Holloway. In 2006 bezorgt een housermix van “Love Sensation” de zangeres opnieuw een hit.

Thelma Houston
Thelma Houston werd geboren in 1946 in Mississippi. Wanneer ze naar Long Beach in Californië verhuist in 1956 komt Thelma via het kerkkoor bij een gospelgroep terecht, waardoor ze een platencontract krijgt en in 1966 haar eerste (gospel)album uitbrengt. Haar volgende album "Sunshower" (1969) en bijbehorende single "Save The Country" doen echter maar weinig. In 1972 brengt ze daarop "Thelma Houston" uit waarop nummers van de hand van onder andere Barry White staan, maar wederom sorteert de inspanning weinig resultaat. Een aantal weinig succesvolle singles volgt totdat Houston in 1974 een cover van "Reach Out I'll Be There" van The Four Tops uitbrengt en een jaar later een cover van "I Wanna Be Where You Are" van Michael Jackson. Rond 1975 werkt Thelma ook mee aan "I've Got The Music In Me", waarvan meer dan 250.000 exemplaren worden verkocht. Ook doet ze datzelfde jaar mee aan een TV film. Een jaar later breekt ze dan eindelijk door. Om te beginnen doet ze achtergrondwerk op Jermaine Jackon's solo debuutalbum "My Name Is Jermaine" en ook wordt haar nieuwe album "Any Way You Like It" (1976) uitgebracht waarop haar nummer 1 hit "Don't Leave Me This Way" terug te vinden is (origineel van Harold Melvin & the Blue Notes). In 1977 doet ze weer wat acteerwerk en brengt ze het album "The Devil In Me" uit dat een aantal clubhits bevat, waaronder "I Can't Go On Living Without Your Love". Diverse platen volgen met als noemenswaardige uitschieters de singles "If You Feel It" (1981), "Working Girl" (1983) en het album "Qualifying Heat" (1984) met daarop de clubhits "I'd Rather Spend The Bad Times With You Than Spend The Good Times With Someone New" en "You Used To Hold Me So Tight". Ook doet ze na een korte stilte weer acteerwerk in onder andere de TV serie Cagney & Lacey en de film And God Created Woman. Ook daarna blijft Thelma Houston platen maken, maar zonder veel succes.

Whitney Houston
Whitney Houston werd geboren in Newark, New Jersey als dochter van zangeres Cissy Houston. Dionne Warwick is haar tante en Aretha Franklin haar peetmoeder en deze muzikale omgeving leidde Whitney al snel naar een muziekcarrière. Ze zong in een gospelkoor en begeleidde haar moeder bij concerten. Ze verzorgde achtergrondvocalen op haar moeder’s album “Think It Over” (1978) en deed hetzelfde voor diverse andere artiesten, zoals bijvoorbeeld Chaka Khan, Jermaine Jackson en Lou Rawls. Haar eerste solo zingt ze op de single "Life's A Party" (1978) van de Michael Zager Band. In de vroege jaren ’80 doet ze naast haar zangcarrière ook modellenwerk en werkt ze met de producers Michael Bienhorn, Bill Laswell en Martin Bisi aan een album van studiogroep Material. Na diverse platencontracten afgewezen te hebben gaat ze uiteindelijk in zee met platenbaas Clive Davis waarmee ze twee jaar werkt aan haar debuutalbum. Haar eerste hit heeft ze samen met Teddy Pendergrass met het duet "Hold Me". Whitney Houston brengt haar debuutalbum uit in 1985 dat met de hits “All At Once”, "You Give Good Love", "Saving All My Love For You", "How Will I Know" en "Greatest Love Of All" langzaam uit uitgroeit tot een hitalbum waarvan wereldwijd meer dan 24 miljoen exemplaren verkocht worden. Ook krijgt Whitney er een Grammy Award voor. Haar tweede album “Whitney” (1987) doet het weer bijzonder goed en verkoopt wereldwijd 19 miljoen exemplaren, mede dankzij de hitsingles "I Wanna Dance With Somebody" (die ook een Grammy oplevert), "Didn't We Almost Have It All", "So Emotional" en "Where Do Broken Hearts Go". Die hitsingles brengt haar totale aantal Amerikaanse single nummer 1 hits op zeven, waarmee ze eerdere records van zes nummer 1 hits van The Beatles en Bee Gees breekt. Het derde album “I'm Your Baby Tonight” (1990) doet het naar Whitney Houston maatstaven wat minder met een wereldwijde verkoop van 12 miljoen exemplaren, maar levert wel weer drie hitsingles op, te weten "I'm Your Baby Tonight", "All The Man That I Need" en "My Name Is Not Susan". In 1992 trouwt Houston met zanger Bobby Brown en debuteert als actrice in de succesvolle film The Bodyguard. Ook levert ze een bijdrage aan de soundtrack van die film met het oude Dolly Parton nummer "I Will Always Love You", die 14 weken nummer 1 staat in Amerika (een nieuw record) en waarvan wereldwijd 9 miljoen exemplaren verkocht worden, waardoor het de best verkopende single van een vrouw ooit wordt. Daarna worden de singles "I'm Every Woman" (origineel van Chaka Khan), "I Have Nothing", "Run To You" en "Queen Of The Night" nog hits. Het duet met Bobby "Something In Common" wordt een bescheiden hit in Europa. In 1995 doet ze mee in de film Waiting To Exhale, die haar de hits "Exhale (Shoop Shoop)" en "Count On Me" oplevert, en een jaar later in de film The Preacher's Wife waarvoor ze een aantal gospelnummers opneemt. "I Believe In You And Me" en "Step By Step" doen het weer behoorlijk goed en leiden er uiteindelijk toe dat de soundtrack van de film het best verkopende gospelalbum ooit wordt. Het album “My Love Is Your Love” (1998) doet het ook weer prima met 11 miljoen exemplaren die de toonbank passeren en bevat het nummer "When You Believe", haar duet met vermeende rivale Mariah Carey, en de hits "Heartbreak Hotel", "It's Not Right, But It's Okay" en de titeltrack. Ondertussen begint haar turbulente privé-leven van drugsgebruik en behoorlijk gewelddadige ruzies met manlief Bobby haar carrière negatief te beïnvloeden. Haar album “Whitney: The Greatest Hits” verkoopt weliswaar weer als een speer, maar bij live-optredens blijkt dat zowel haar verschijning als haar vocale capaciteiten fors te leiden hebben gehad. Haar album “Just Whitney” (2002) doet maar weinig en levert geen hits op. Ze doet daarna TV werk voor Disney en maakt nog een kerstalbum zonder daarmee veel indruk te maken. Het laatste nieuws rond Whitney is dat ze aan een comeback album.werkt.

Al Hudson
Zanger Al Hudson uit Detroit was betrokken bij diverse Funk and Soul bands. In 1979 richtte Al zijn tweede band Al Hudson & The Partners op die hem zijn grootste succes opleverde: de hit “You Can Do It”. Uit de band Al Hudson & Partners kwam de band One Way voort.

Human League
The Human League werd in 1977 opgericht in Sheffield, Engeland door keyboardspelers Martyn Ware en Ian Marsh die Phillip Oakey aannamen als zanger. Een jaar later brachten ze hun eerste single "Being Boiled" (1978) uit, die alleen bekendheid kreeg in het alternative underground circuit in Engeland. Na eerst de EP "The Dignity Of Labour" (1979) uitgebracht te hebben, verschijnt het debuutalbum van de groep met de titel "Reproduction" (1979). Het album bevatte een nieuw primitief high-tech synthesizer geluid, hetgeen de daaropvolgende jaren het kenmerk van de groep zou worden. Een jaar later verschijnt "Travelogue" (1980). Dat album doet het redelijk maar door interne strubbelingen verlaten oprichters Ware en Marsh de groep eind 1980. Phillip Oakey gaat verder met de groep en neemt bassist Ian Burden aan en twee schoolmeisjes als zangeressen. Ook wordt producer Martin Rushent aangetrokken. De singles die dan volgen zijn aanmerkelijk succesvoller dan hun eerder inspanningen want met name "Sound Of The Crowd", "Love Action" en "Open Your Heart" doen het goed in de Engelse hitparade. De echte doorbraak komt met het album "Dare" met daarop ook de internationale hitsingle "Don't You Want Me". Daarnaast verschijnt een remix/dub-album "Love And Dancing" waarop een aantal tracks van het album “Dare” een make-over krijgen. In 1983 verschijnt het album "Fascination" met de hits "Mirror Man" en "(Keep Feeling) Fascination" en weer een jaar later "Hysteria" (1984) die de hit "The Lebanon" oplevert. Phillip Oakey neemt in 1985 een solo-album op met Giorgio Moroder waarvan de single "(Together In) Electric Dreams" een behoorlijke hit wordt. In 1986 zet de groep producer Martin Rushent aan de kant en komt terug met het album "Crash" dat geproduceerd wordt door Jimmy Jam and Terry Lewis. De single "Human" van dat album doet het weer zeer goed en bereikt zelfs de bovenste positie in de Amerikaanse hitparade. Daarna wordt het behoorlijk stil rond de groep tot 1990, als ze zonder veel success het album "Romantic" uitbrengen. Een volgende comeback duurt tot 2001, maar ook het album "Secrets" doet commercieel maar weinig voor de groep.

Steve "Silk" Hurley
Steve "Silk" Hurley werd in 1962 geboren in Chicago. Hij kreeg bekendheid als mix-DJ in Chicago bij het radiostation WBMX eind jaren’80 en geldt als één van de grondleggers van de housemuziek. De mixstijl van Hurley bevatte ook trucjes zoals tot dan toe alleen toegpast door hip hop DJ’s zoals bijvoorbeeld scratchen. Hij bracht ook platen uit samen met zanger Keith Nunnally en scoorde behoorlijke hits als J.M. Silk met "I Can't Turn Around" (1986) en "Jack Your Body" (1987) die, ondanks zijn weigering de plaat te promoten, onder zijn eigen naam eenwereldwijde hit werd. Hurley werkte ook remixer en mixte onder andere nummers van bekende artiesten zoals Madonna ("Take a Bow"), Jennifer Lopez ("Ain’t it Funny"), Prince ("Get Off") en Black Box ("Fantasy" en "I Don't Know Anybody Else"). Met name zijn remix van Roberta Flack's ballad "Uh-Uh Ooh-Ooh Look Out (Here It Comes)" die hij in 1989 transformeerde tot een housetrack brachten hem roem. Daarnaast produceerde Hurley onder andere Kym Sims' "Too Blind to See It" en Ce Ce Peniston's "We Got a Love Thang".

Hot Chocolate & Errol Brown
De groep Hot Chocolate werd opgericht in 1968 in Londen door Patrick Olive, Franklyn De Allie en Ian King. Schrijver en zanger Errol Brown (geboren in 1948 in Kingston, Jamaica) komt een jaar later bij de groep en in dat jaar wordt tevens hun eerste plaat uitgebracht: een reggaeversie van John Lennon’s "Give Peace A Chance". In 1970 ontstaat een samenwerking met platenbaas en producer Mickie Most die ze succes brengt. Hun eerste gezamenlijke wapenfeit is de single "Love Is Life" (1970) die alleen in Europa uitgebracht wordt. Daarna volgt "Disco Queen" (1975) die de band een clubhit oplevert, waarna ze uiteindelijk met "You Sexy Thing" internationaal doorbreken. Het bijbehorende album "Hot Chocolate" doet echter maar weinig. Het volgende album "Man To Man" (1976) levert de hit "Heaven Is In The Back Seat Of My Cadillac” op en het daarop volgende album de singles "So You Win Again" (1977) en "Every 1's A Winner" (1978). Volgende albums leveren weinig schokkends op, tot 1982 wanneer de groep in Europa hits scoort met de nummers “Girl Crazy” en “It Started With A Kiss”. Halverwege de jaren ’80 remixt de Nederlandse remixer Ben Liebrand de nummers "You Sexy Thing" (1986) en "Every 1's A Winner" (1987) waardoor Hot Chocolate opnieuw de hitparades bestormt. In 1987 verlaat Errol Brown de groep waarna deze al snel ontbonden wordt. Brown’s solo succes is beperkt met als enig noemenswaardige hitfeit "Personal Touch".